Onze trainingstijd zetten we in met een groepje zodat we elkaar kunnen helpen en samen kunnen vliegen. Veiligheid is bij ons heel belangrijk en dus zorgen we altijd dat er iemand bij staat die je kan helpen of opvangen. Er is altijd iemand nodig die de tunnel bestuurt en iemand die kan helpen en die in de gaten kan houden wat er gebeurt in de tunnel. Dus je moet minimaal met drie mensen zijn om te trainen. We hebben instructeurs met verschillende niveaus, dus iedereen kan elkaar helpen op zijn eigen manier. En iedereen is weer in iets anders goed. Zo kunnen we elkaar altijd nieuwe dingen leren.
Meestal trainen we in sessies van een half uur waarin we om de beurt twee minuten vliegen. We beginnen altijd met het invliegen om een beetje warm te worden en te wennen aan de wind. Dan gaan we iets nieuws leren, en dat is: herhalen, herhalen, herhalen, net zo lang tot het lukt. Je begint met een oefening op lage snelheid. Wij oefenen meestal op 180 kilometer per uur. Zodra het beter gaat, zet je de windtunnel steeds een stukje harder, tot je de truc of oefening op de hoogste snelheid kan uitvoeren. Onze windtunnel kan tot 257 kilometer per uur!
Het is ook erg leuk om met meerdere mensen tegelijk te vliegen. Er is dan een nummer één die de oefeningen uitvoert, gevolgd door de rest. En dan is het maar zorgen dat je nummer één kunt bijhouden!